Jeugdzorg deel 2

Jeugdzorg deel 2

Ik herinner mij nog de oprichting van het AMK. Ik haalde met mijn dochter in de buggy, boodschappen in Meppel. Daar stonden welzijnswerkers op de hoek van de straat ballonnen uit te delen om mensen te wijzen op het anonieme meldpunt. Als je iets verdachts hoorde of zag, moest je het melden! Was de boodschap.
Het land was eerder opgeschrikt door de kwestie Savanna en het meisje van Nulde. Jeugdzorg had op zijn flikker gehad: hoe kon zoiets gebeuren? En dus werd het toezicht op kinderen (en gezinnen) verscherpt met een anonieme Kliklijn. Ik voorzag direct grote problemen. Ik had natuurlijk al jaren de achterdochtige, priemende blikken van de behoudende Drenten in mijn rug prikken en was al jaren middelpunt van valse praatjes. Ik had niet veel nodig om te begrijpen dat zo’n kliklijn door iedereen misbruikt kon worden die aan iemand een hekel had.
Ik raakte met de welzijnswerkers in gesprek en deelde mijn ongerustheid mee.
‘Ik heb zelf bij de kindertelefoon geleerd hoe om te gaan met een vermoeden van kindermishandeling. Maar je mag niet zomaar mensen in het wilde weg beschuldigen, als je niet concreet bewijs hebt. ‘
Ze stelden me gerust dat ze heus wel elke aanmelding goed zouden onderzoeken, voordat er ingegrepen werd.
Het was toen nog zo dat men vond dat kinderen, ook al waren er thuis problemen, het beste af waren bij de eigen ouders. En dat als er hulp moest komen, de hulp aan het hele gezin , binnen het gezin gegeven moest worden. Niet door een kind uit het gezin weg te halen. Omdat die band tussen ouder en kind juist zo belangrijk is.

Toch heeft het nog ongeveer 8 jaar geduurd voordat ik dan eindelijk aan de beurt was: Ik werd bij het AMK aangemeld door een maatschappelijk werkster die mij noch mijn kind, ooit gezien had.
Wij waren na een mislukte remigratie, waarbij van alles mis ging vanwege bureaucratische regels in vooral de maatschappelijke opvang, dakloos geraakt. Dat was natuurlijk al erg genoeg. Ik heb van te voren uitgezocht wat ik moest doen als we de grens overkwamen. Overal informatie ingewonnen en vervolgens loop je een half jaar lang met je kind en 2 koffers door het land te zeulen. Doodsbang en uitgeput.
Tijdens dat zwerven van hot naar her, kwamen we in een Franciscaans daklozenproject terecht, omdat de erkende opvang vol zat en regiogebonden werkte.
Het was er vies, koud en de mensen waren onaardig. Mijn kind werd er geschopt en geslagen, terwijl ze al zo bang was. Ik mocht daar als moeder niets van zeggen. Ook werd mijn kind beschuldigd van dingen die niet zij, maar het agressieve jongetje deed, dat op school ook als lastpost werd ervaren. Wij werden niet geloofd. Het jongetje wel.
Als ik lastige vragen stelde of zei het ergens niet mee eens te zijn, werden wij voor straf naar onze kamer gestuurd.
Toen ze erachter kwamen dat ik contact had met de pers (over onze dakloosheid), werd mij een algeheel contactverbod met de buitenwereld opgelegd. Als ik niet binnen 24 uur al mijn emails aan hen openbaar maakte, werd ik met mijn kind weer op straat gezet. Het was winter en ijskoud.
Ik belde en mailde met iedereen die ik maar bedenken kon, dat we daar direct, dus NU, weg moesten. Niemand schoot ons te hulp.
Enkele uren voor de deadline verstreek belde na lange tijd een kennis toevallig op, om te vragen hoe het met ons ging. Zij en haar man hebben ons direct opgehaald.
De kerngroep van dit armoedige en onprofessionele project, was als de dood dat ik naar buiten zou brengen hoe het er daarbinnen aan toeging. En dreigden me bij vertrek bij het amk aan te melden.
Om zichzelf in te dekken hebben ze dat niet zelf gedaan, maar laten doen door de maatschappelijk werkster die ons nog nooit had gezien.
Het was vernederend. Ik had nl. zelf al een paar keer contact gezocht met bureau jeugdzorg, omdat ik tijdens mijn dakloze periode vreesde voor de veiligheid en het welzijn van mijn kind, dat soms ook niet naar school kon door die situatie. Ik had gehoopt dat jeugdzorg ons kon helpen met het vinden van een professionele opvangplek. Dat konden ze niet, zeiden ze. Tenzij ik de voogdij opgaf. Ook kreeg ik aan de telefoon te horen dat ik maar beter terug naar Duitsland kon gaan.
Ik was dus nogal gepikeerd toen het amk op een dag voor de deur stond en dreigde het kind bij me weg te halen als ik niet meewerkte aan hun onderzoek naar mijn vaardigheden als moeder.
Mijn kind werd op school onderzocht en ondervraagd. Ik kreeg een kruisverhoor aan mijn broek. Vrienden en schoolpersoneel moesten ook worden bevraagd. En dan maar hopen dat mensen het voor je opnemen. De meesten deden dat gelukkig van harte. Op de directrice van de christelijke basisschool in Harlingen na, met wie ik een keer een conflict had gehad over de betaling van de vrijwillige ouderbijdrage.
Ik mocht echter niet weten wat ze over me heeft gezegd. Ze heeft jeugdzorg zwart op wit laten zetten dat niets van dat gesprek naar mij toe uit zou lekken.
Het vreemde is dat ik al die jaren op elke basisschool als moeder alleen maar lof had gekregen wbt mijn kind. Overal waar we kwamen zeiden juffen: ‘Zo zouden we wel een hele klas vol willen hebben.’
Ik heb de dames van het AMK als arrogant en weinig meelevend ervaren. Ik heb hen gevraagd of ze ipv mij als moeder onder druk te zetten, ook gewoon konden helpen aan woonruimte. Maar dat deden ze niet, dat was hun taak niet. Zeiden ze.
Het was de schooldirectrice van de Christelijke basisschool in Meppel die er na een paar maanden voor zorgde dat alle koppen bij elkaar werden gestoken en wij weer een huis toegewezen kregen door de woningcorporatie.
Een te duur huis in een dorp waar ik voor alles 20 km moet fietsen, omdat de meeste voorzieningen in de dichtstbijzijnde stad liggen en de bus te duur is. Maar het was slikken of stikken: of dat huis in. Of mijn kind kwijt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *