Het is ‘niet economisch” om de wereld te redden

Het energieakkoord van de SER stelt weliswaar teleur, maar maakt het poldermodel wel veel groener, betogen Vincent van den Brekel en Wouter van Dieren.

Het is ‘niet economisch om de wereld te redden’, zegt Wall Street

Het energieakkoord van de Sociaal-Economische Raad stuit op commentaar dat varieert van totale afwijzing tot euforie. Het belang ervan is dat de duurzaamheidsbeweging nu volwaardig aan tafel zit bij wat tot voor kort het exclusieve domein was van de sociale partners in de oude economie, werkgevers en vakbonden. Dat is dus een historisch moment. Wat ooit de vakbonden moesten veroveren op de gevestigde orde, vult Groen nu in. De resultaten reflecteren de actuele kennis over duurzame energie.

rokende schoorstenen

In de oude economie is het klimaatprobleem niet al te dwingend, zijn windturbines subsidievreters en worden rekensommen toegepast die slechts een fractie van de werkelijkheid tonen.

De kosten van energie worden momenteel niet door de markt bepaald maar door politieke arrangementen. Verborgen en openlijke subsidies op alle bronnen en technieken is wereldwijd regel. Met fiscaliteiten wordt in iedere richting bijgestuurd, ten faveure van, of contra zon, wind, fossiel.

Zo bedragen de huishoudelijke stroomkosten 7 cent per kilowattuur. Maar we betalen 23 cent vanwege energiebelasting, transportnetten, winstmarge en btw. Vrijwel niemand beseft dat zo dubbele belasting wordt betaald (btw over een kostenpost die al een belastingtarief bevat).

Politieke beslissing
De lagere kostprijs voor grote bedrijven en bedrijven in de tuinbouw is eveneens een politieke beslissing. Een objectieve marktbeweging is niet aan de orde. Ditzelfde is het geval met klimaat- en milieukosten die vrijwel nergens worden meegeteld. De (indirecte) subsidies voor fossiele brandstoffen (zonder klimaat) worden voor Nederland geschat op 7 miljard euro per jaar, en wereldwijd op 550 miljard. Afhankelijk van toekomstig beleid kan dit tot een veelvoud oplopen.

Volgens het VN-milieuprogramma (UNEP) bedragen de werkelijke (klimaat- en milieu-)kosten van een vat olie een viervoud van de marktprijs (nu 110 dollar per vat, oftewel ruim 83 euro). Daaraan zouden de kosten van de Amerikaanse vloot in de Golf moeten worden toegevoegd. Als bij ongewijzigd beleid de Co2-uitstoot, die onlangs de grens van 400 ppm (parts per million) doorbrak, naar 650 ppm gaat en meer, dan wordt de aarde tussen de evenaar en de 40-50 breedtegraad onbewoonbaar, met zomertemperaturen van 60 graden Celsius (onlangs in Arizona 54 graden).

Reële kostentoerekening wordt met dat perspectief een nachtmerrie, maar als het CPB de economie toch al doorrekent tot 2040, dan moeten deze variabelen ook in dat rekenmodel worden opgenomen. Discontinuïteit in stroomprijzen, grondstoffen- schaarste en wereldhandel wordt hét kompas voor de realistische toekomst. Business as usual verdwijnt.

Bij presentaties in het Pentagon over deze klimaatprognoses door het Potsdam Klima Institut werden deze grimmige toekomstbeelden afgleopen winter niet afgewezen. Het Amerikaanse leger is als bedrijf de grootste afnemer van olie, vandaar dat het Irak moest binnenvallen om zich te verzekeren van de olie die nodig is voor de Iraakse invasie. Maar ondanks deze Catch 22-logica reageerden de generaals als professionele risicoanalisten.

Ontkenning van het klimaatprobleem

Wouer van Dieren


Anders is het op Wall Street. Hoewel investeringen in de groene sector snel groeien (tot ca 20 duizend miljard dollar per jaar) zegt Wall Street nog altijd dat het ‘niet economisch is om de aarde te redden’, ter ondersteuning waarvan met alle macht de ontkenning van het klimaatprobleem wordt georkestreerd.

Europa betaalt per jaar ongeveer 450 miljard dollar aan de Golfstaten voor olie, Nederland ongeveer 50 miljard (inclusief opslag ten behoeve van de handel). Tot voor kort kwam dit geld linea recta retour, voor onroerend goed en voor investeringen en contracten in de reële economie. Deze geldkringloop wordt nu richting andere continenten gestuurd. Netto verliest Europa zo meer dan het, ten tijde van de eurocrisis, kan verdragen. Bezuinigingen kunnen dit verlies niet wegwerken.

Bij de genoemde herberekeningen dienen ook de gezondheidskosten te worden meegeteld. Geopolitieke effecten van goedkope Amerikaanse (schalie-)olie en gas leiden tot het dumpen van steenkool, waardoor relatief schone gascentrales nu niet produceren. Prettig voor de grootverbruikers, maar slecht voor de gezondheid. Het Europees milieubureau EEA in Kopenhagen heeft berekend dat deze schade ongeveer 120 miljard euro per jaar bedraagt. De ene sector veegt zijn goedkope straatje schoon, en de andere sector betaalt. Aan tafel bij het SER-akkoord misten we dus de gezondheidssector.
Politieke overeenkomsten als het energieakkoord – feitelijk een tussenstop – zijn nodig om te komen tot een ommekeer die, in de woorden van oud-bankier Herman Mulder ‘mogelijk want onvermijdelijk is’.

Vincent van den Brekel CEO Darwind

Er zijn tekenen dat die ontwikkeling al gaande is. Zelfs Shell pleit nu voor een CO2-prijs van minstens 60 euro per ton, waarmee inderdaad het hele systeem kan gaan kantelen.

Anders dan gedacht zijn dergelijke ommezwaaien of correcties voor de energie-industrie positief. De genoemde werkelijke kosten komen in beeld en kunnen worden verrekend, voorraden gaan langer mee en worden meer waard, er wordt tijd genomen om nieuwe technische barrières te slechten, klimaatverdragen worden dwingender en het beleid wordt stabieler. Er zijn spectaculaire doorbraken in zicht met nieuwe biobrandstoffen.

In Zuid-Europa groeit het inzicht dat de schulden aan het Noorden niet met euro’s maar met megawatts moeten worden terugbetaald. Grote Amerikaanse investeringsfondsen trekken zich terug uit de steenkool-industrie. Het Duitse succes met duurzame energie wordt bepaald door sterke politieke wil en een consistent energiebeleid. Daarover gaat de komende fase: opslag van duurzame bronnen, een noodzakelijke volgende stap nu de zonnedaken deze weken meer stroom leveren dan alle afgeschakelde capaciteit aan kerntaken bij elkaar.
Het Nederlands energiebeleid van de afgelopen jaren en debat was warrig, gepolariseerd en visieloos. Ondanks de tekortkomingen is het SER-akkoord een teken van een nooit eerder vertoonde mogelijke samenwerking en een schonere toekomst.

Vincent van den Brekel en Wouter van Dieren zijn directeur van de Firebird Foundation van de Club van Rome.

Bron: Volkskrant 23 juli 2013

Een gedachte over “Het is ‘niet economisch” om de wereld te redden”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *