Het grote loslaten 43 – Hembleciya (2) – Een warme dag

Ik werd op 7 juli wakker in mijn eigen bed. Dat was niet de bedoeling. “Hoe laat zou het zijn?” De zon was reeds opgekomen en scheen zijn bleke ochtendstralen op de kerktoren op de hoek van de Azaleastraat. Vreemd genoeg voelde het niet alsof ik thuis was. Het voelde alsof ik nog op in de duinpan vertoefde. Ik moest terug, zoveel was duidelijk. Ik voelde mij zeer gemotiveerd om mijn quest af te maken. Om weer vriendschap te sluiten met mijn plekje. Maar vooral met mijzelf. “ Ik kon de verleiding weerstaan om thuis iets van voedsel tot mij te nemen en ging op pad.

kerk

 

De ochtend

 

Tijdens mijn tweede wandeling naar de duinen binnen twaalf uur werd ik allengs vastberadener. Zeker, ik vond het jammer dat ik het mooiste deel van de dag, vlak voor zonsopkomst als een oorverdovend getjilp en gekwetter de nacht wegduwt ten faveure van de aanstaande geboorte van een nieuwe dag, had moeten missen. Maar ik voelde mij weer welkom op mijn heilige grond. Ik voerde mijn gebruikelijke ritueel uit. Deze keer brandde ik witte copal. Die had ik uit Mexico meegenomen tijdens mijn bezoek aan de bekende Maya-elder Hunbatz Men.

 

 

Hunbatz Menhunbatz men 3

 

 

 

 

 

 

 

De zon scheen uitbundig. Het werd warm. Erg warm. Een mooie stranddag. Ik bedacht mij hoe lekker het zou zijn om een frisse duik in de zee te nemen. Hemelsbreed zo’n 100 meter westelijk. In plaats daarvan dook ik onder mijn handdoek. Om mijn gezicht te beschermen tegen de hete zon. Toen ik na enige tijd helemaal nat gezweet was, besloot ik de verkoeling onder de bomen op te zoeken. Eerst heb ik de plek gereinigd, met salie. En daarna ging ik staan op de plaats waar ik gewoonlijk mijn hara-uitlijning uitvoer, om de energie op mij in te laten werken. Na zo’n 30 minuten ging ik zitten. Ik kon de zon door de takken van de boom zien. Ik maakte er een spelletje van: naar een tak kijken waar de zon “tegenaan” schijnt en dan de zon van die tak af zien bewegen. Naar de volgende tak. Ik stelde mij voor dat als de zon bij die tak zou zijn aangekomen er een kwartier zou zijn verstreken. “Hoe lang nog tot de zon de horizon snijdt?”

 

De middag

 

Toen ik enige tijd later plats had genomen onder de zon, stond die op een hele andere plek dan toen ik er wegging. Waarschijnlijk was ik er om een uur of een, toen hij in het zenith stond, weggegaan en ik schatte het zo’n half vier toen ik weer plaats had genomen op mijn natuurlijk gevormde meditatiezetel. Tijd voor weer een rustige meditatie dus. En de zonne-energie ervaren. Een hele andere intensiteit dan eerder op de dag.

 

Ik zal een uur op mijn meditatiezetel hebben gezeten toen ik mij realiseerde dat een meter naast mij een schaduw ontstond. Ik hoefde niet meer onder de bomen te schuilen tegen de zon, ik hoefde slechts een metertje op te schuiven. Ik ging even liggen. En begon weer het spelletje te spelen met de zon en de takken. “Mooi, weer een kwartier voorbij.”

 

Ik hoorde de kerkklokken luiden. Niet op het uur – dat hoor je volgens mij overdag niet – maar omdat de late dienst begon. “Zou het dan vijf uur zijn? Begint de dienst om vijf uur? Of misschien al om half vijf?” Ik hoopte eigenlijk op half zes!

 

De avond

 

De kracht van de zon nam snel af en de schaduwen werden langer. In plaats van de zon te ontlopen zocht ik hem nu juist op en ik ging in het midden van de open ruimte liggen. Ik deed mijn ogen dicht en bedacht mij dat ik hier nog zo’n vier uur zou vertoeven. Vooraf had ik gedacht dat deze laatste vier uren het zwaarst zouden zijn. De euforie van de dag vloeide met de kracht van de zon weg en met het wegglijden van de zon nam het gevoel van “alleen zijn” toe. Niet eenzaamheid, dat is wat anders, maar “alleen zijn”. Mijn compaan van de dag, de zon, verschool zich meer en meer achter de bomen.

 

Ik bezocht de hoek waar het laatste sprankje direct zonlicht mijn gelaat kon treffen. Ik kneep mijn ogen toe. “Vaarwel mijn vriend. Bedankt dat je er was. Al moest ik even voor je op de vlucht.” Ik zocht alle vier de hoeken van mijn kleine uitsparing op en bleef er een paar minuten staan. “De avond valt in de duinkom als de dag op het strand nog in volle gang is.”

 

Een nieuwe sensatie overviel mij. Ik kreeg een hongerklop. Het gevolg van een te lage bloedsuikerspiegel. Je kent het wel, dat gevoel dat je aan het einde van een werkdag op kantoor kunt krijgen. Dat je wat licht in je hoofd wordt en het klamme zweet je uitbreekt. Onnodig te zeggen dat een cup-a-soup of een Mars als remedie meer kwaad dan goed doen. Nou, ik kreeg dat gevoel dus na bijna 24 uur zonder voedsel. Ik was blij dat ik nog ruimschoots water over had. Ik had mijzelf, toen het zo warm was eerder op de dag, op een rantsoen gezet, om niet voortijdig zonder te komen te zitten. En nu vervulde het water een psychologische functie. Doordat ik het als voedsel ging beschouwen. En geloof het of niet, na enkele flinke slokken verdween mijn vermeende aanval van hypoglycaemie.

brood kaas

 

Maar ik begon wel trek te krijgen. En weet u waarin? In een dikke snee brood met oude kaas! Echt waar. Daar kreeg ik echt een craving voor. Zou dit de vision zijn waar ik om gerequest had: Brood met kaas? Ik zag mijzelf een paar uur later bij strandpaviljoen de Kwartel (op een paar minuten lopen van mijn sanctuary) een kaasplankje met wat grof desembrood verorberen. Tja, een paar uur later. Hoeveel uur eigenlijk?

 

Als de zon lager staat, lijkt het alsof hij sneller beweegt. Ik kon het zien. Het was alsof hij naar beneden viel. Niet lang nu en hij zal onder de horizon zijn gezakt. Een briesje stak op. Aftellen geblazen. Ik dacht aan wat ik zou gaan doen als de zon zou zijn ondergegaan. Naar De Kwartel lopen. Het stof en het zweet van de dag van mij afspoelen in de zee. Iets eten, misschien wel die snee brood met kaas. Daarna zou ik Bianca opzoeken op een feestje, in Duindorp. Ik zou er naar toe wandelen, een half uurtje door de duinen. “Hoe zou ik het ervaren om vanaf mijn solitaire dag mij in een feestend gezelschap te mengen?”

 

Ik bereidde mijn afscheid voor. Ik stak een laatste kooltje aan en legde er mijn laatste Palo Santo houtjes op. Ik dankte de vier windrichtingen, ik dankte de zon, en ik dankte de plaats. Ik dacht aan de intensiteit waarmee ik de dag heb mogen beleven. En de intimiteit van de – ingekorte – nacht. De zon, de vogels, de bomen, de bloemen, het gras, het zand, de prikkende brandnetels, ze hebben alle indrukken achtergelaten. Indrukken waar ik in een doorsnee-dag geen acht op zou hebben geslagen.

 

Ik stond bedachtzaam op, liep naar de toegangspoort naar de open ruimte en draaide mij gewoontegetrouw om en dankte nogmaals. Toen baande ik mijn weg door de brandnetels naar de plaats waar ik mijn aardingsoefeningen pleeg te doen en nogmaals dankte ik. Daarna het heuveltje op en ik overkeek nog eenmaal mijn thuis van de afgelopen dag. Mijn Hembleciya zat erop.

zonsondergang2

 

 

De traagheid der dingen, ik had de traagheid van het leven op 7 juli in al zijn grootsheid ervaren. Deze traagheid heb ik in deze blogs gestopt. Als u niet onderweg bent afgehaakt hebt u wellicht mede kunnen ervaren hoe traag het leven kan zijn. Traag en intens. Zoals het bedoeld is.

3 gedachten over “Het grote loslaten 43 – Hembleciya (2) – Een warme dag”

  1. Heel mooi, zoals je dit alles beschrijft. Ik heb ook wel eens een vision quest willen doen, maar durf niet goed omdat ik laag in gewicht ben en dus ook last van mijn bloedsuikerspiegel krijg als ik niets eet. Ook heb ik het gauw koud en weinig weerstand (bang om ziek te worden). Gewoon een grote schijtlaars dus. Nou ja, in ieder geval mooi om anderen er over te zien schrijven en er van te zien helen en genieten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *