Het grote loslaten 50 – Naar Guatemala of ……. door de angst heen (5): Pacaya en de Dood

Na de valse start (zie: Het grote loslaten 23) leek mijn verblijf in Guatemala een aaneenschakeling van hoogtepunten. Maar het leven is natuurlijk niet een potpourri van louter hoogtepunten. Af en toe beleef je ook wel eens een dipje. Mijn Guatemala dip kreeg ik zeer toepasselijk gepresenteerd op de tzolkin-dag 12 Kame (Yucatan: Cimi), de dag van de Dood. Nu draagt Dood niet per se een negatieve energie. Integendeel. De Dood is de energie van het afsluiten van wat niet meer nodig is en de wedergeboorte van het nieuwe. Transformatie. Het was ook nog nieuwe maan. Transformatie in het kwadraat dus. In deze blog zal ik het stukje dat die dag in mij is wedergeboren nader duiden.

pacaya1

De beklimming van de Pacaya

Op het “reisprogramma” stond de beklimming van een actieve vulkaan, de Pacaya. Ik zal later nog terugkomen op hoe actief deze vulkaan nog was. Ook het vuur, dat zich op de dag zou manifesteren in gloeiende lava waarin we marshmellows hebben geroosterd, staat overigens symbool voor reiniging en wedergeboorte.

pacaya3

De dag begon al met een kleine testcase. Ik was mijn paspoort kwijt. Niet dat ik het op deze dag nodig zou hebben, maar ik was gewend geraakt om het in dit land van rovers, barbaren en Maya’s continu op mijn lijf te dragen. Zou ik die dag de controle kwijtraken? Of was dit weer een typisch lesje in “Loslaten”. Net zoals het verliezen van mijn telefoontoestel op de heenreis in Houston(zie: Het grote loslaten 23).

 

Mijn reisgenoot, soulmate en gelegenheids-ornitholoog Sean, wees mij tijdens de busreis naar de Pacaya reeds op het grote aantal gieren in de lucht. “Death is in the air!”

pacaya2

Het plaatsje Cocoma, aan de voet van de Pacaya bevindt zich in een van de allerarmste gebieden van een van de allerarmste landen ter wereld. Het is een spookstad bedolven onder een laag zwart lava-stof en grauwe steengruis. Het dorp dat bestaat uit een aantal bouwvallen, veelal op palen, onbestrate straten en kinderen. Veel kinderen. Smerige kinderen. Opdringerige kinderen. Bedelende kinderen. Kinderen met de dood in de ogen. Een zeer deprimerend decorum voor een spirituele wandeling die ons tot op 2500 meter hoogte zou moeten brengen.

pacaya

In de onfitte conditie waarin ik verkeerde was de klim op deze hoogte bijna te zwaar voor mij. Terwijl ik amechtig naar adem hapte op het smalle bergpad, werd ik door dit montere stel gepasseerd (zie foto). Dat zou een mens toch aan het denken moeten zetten.

 

Alleen

Tot zover de prelude van mijn dip. Toen wij bij het einde van het pad waren aangekomen, nabij de kratermond, begon zich mijn dip af te tekenen. Met een ogenschijnlijk onbeduidend voorval. De groep had besloten een stukje verder te wandelen, terwijl ik mij op een fijne plek had genesteld voor een meditatie. Ik had ook niet zo’n zin in nog een extra wandeling van een half uur, want ik lag op apegapen. Het was goed zo.

 

De wandeling van een half uur draaide uit op een spirituele queeste van bijna twee uur. En ik maar wachten in mijn eentje. Ik raakte er verdrietig van. En werd ook nog eens boos. Ik voelde mij afgesloten. Buitengesloten. Een “zie-je-wel-dat-ik buiten-de groep-val-gevoel”). Ik ging daardoor waarschijnlijk rolbevestigend gedrag vertonen, want ik was die dag niet meer gezellig. Niet meer gezellig tijdens de busreis terug naar Antigua, de woonplaats van Don Alejandro en Doña Elizabeth. En niet meer gezellig in Antigua zelf.

 

Ik zonderde mij af. De energie die ik uitstraalde zal dermate afstotend zijn geweest dat iedere eventuele benadering zonder een woord uit te wisselen in de kiem zou worden gesmoord. Zo kon ik tenminste niet meer afgewezen worden. Ik wees de anderen immers af.

 

Eenzaam en verlaten dwaalde ik door de straten van Antigua. Voor het gemak was ik even vergeten dat ik waarschijnlijk de rijkste persoon was die zich daar op dat moment ophield en dat ik een geweldige vrouw had (en heb), die thuis in Nederland op mij wachtte. Ik was eenzaam en alleen. En zat in mijn pijn. Mijn oude pijn van niet gezien worden en afgewezen zijn. Zo sjokte ik voort.

 

Sterven?

Die avond heb ik een meditatie gedaan. De plek waar ik die deed was bijzonder. Ik voelde de kracht van de vulkanen die Antigua omringen. Ik kon ze zelfs zien. De meditatie was diep en krachtig. Zou mijn pijn van die dag oplossen?

antigua2

Ineens wist ik het!! Ineens kon ik het duiden. Mijn pijn. En de reden ervan. De woorden van Tata hadden zich genesteld in mijn hoofd. Of misschien kan ik beter zeggen: in mijn hart. In mijn vorige blog heb ik vermeld dat hij had aangegeven dat ik onder de Maya-energie van 6 Kej ben geboren. Hert dus. Herten leven solitair. Ik heb dus de neiging om “op mij zelf “ te zijn. Bovendien zijn “herten” krachtig en hebben ze een sterk rechtvaardigheidsgevoel. Het valt niet uit te sluiten dat ik in dit leven een rol zal gaan innemen, waarin ik voor “zwakkeren” zal opkomen. “Your life thus far has been a preparation for what you came here to this earth for,” echode Tata in mijn hart.

 

De paradox van mijn leven, “het op mij zelf zijn en het tegelijkertijd spijtig vinden als ik niet gezien wordt” maakte ineens perfect sense. Er schoot mij een levend voorbeeld van deze paradox te binnen. Ik vind bijvoorbeeld dat je mensen het best kunt helpen, als ze niet in de gaten hebben dat je ze helpt. Zodat mensen vanuit hun eigen kracht tot oplossingen voor problemen kunnen komen. Daardoor zullen mensen het niet zo snel in de gaten hebben als ik ze een handje heb geholpen. Sterker nog, dikwijls gaan andere “helpers” met die eer strijken. Kunt u zich voorstellen dat mij dit raakte? Dat ik mij dan niet gezien voelde, miskend voelde?

 

Als het nu zo zou zijn, dat mijn doel hier op aarde is om mensen te helpen. En als het zo zou zijn dat ik hier geen erkenning voor zou ontvangen. Heeft het universum mij dan niet een perfecte leerschool gegeven? Door mij juist door mijn gehele leven te confronteren met dat gevoel van afwijzing? Door mijn levenspad te bezaaien met tal van voorvallen waarin ik juist met die paradox moet leren omgaan? Om zo bekend te raken met die pijn? Door die pijn te accepteren? Te omarmen? Zonder daardoor te verharden? Zou het?

 

Tata had eerder ook gezegd:”Je moet je pad alleen bewandelen. En je kunt daarbij op God, op de Schepper, vertrouwen. En je bent nooit echt alleen. You two walk together.”

Tranen stroomden over mijn wangen. Ik heb niet vaak zo intens gehuild. Van dankbaarheid. Dankbaarheid dat de Schepper zo goed voor mij heeft gezorgd. Het voelde alsof een zware last van mij afviel. Alsof de lucht in een ogenblik was opgeklaard. Het was allemaal goed. Alle ervaringen van afwijzing vielen van mij af. Het had zo moeten zijn.

 

Niet veel later vervoegde ik mij bij mijn reisgenoten. Het is een heel gezellige avond geworden.

 

En voor wat betreft de Pacaya, die is een week na onze beklimming uitgebarsten. De aarde moest kennelijk ook oude zooi opruimen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *