Het grote loslaten 58 – Een wandeling in Hongarije (2)

Ik stond onder de douche, toen ik de sleutel in het slot hoorde steken. Het was een vooroorlogs slot, dus ik kon het duidelijk horen onder de weldaad van het warme kletterende Donauwasser. Want een weldaad was het, in de vroege ochtend de klamme nacht van je afspoelen. Niet veel later keek ik in zes pupillen zo groot als stuivers: souvenirs van een geslaagde nacht op Sziget. Mijn reisgenoten verkeerden nog in een party-roes. Of ik de auto even zou kunnen ophalen bij het festivalterrein. Natuurlijk. Graag zelfs. Hoe zou ik anders tot in Dobogókö hebben kunnen geraken, die dag.

 

Eerste etappe

gellert hotelIk nam de taxi naar het statige Gellert Hotel aan de oevers van de Donau, waar ik met Tata en Elizabeth zou ontbijten. Dat was de eerste etappe van mijn wonderlijke reis. Zou het kunnen dat ik na het samenzijn met hen energetisch extra opgeladen was voor de volgende etappes van de reis die ik op 16 augustus 2010, 4 Iq’ in de tzolkin, zou gaan maken?

 

Ik besloot naar het metrostation van waaruit ik de trein naar het Szigetfestivalterrein zou nemen, te lopen. Een wandeling langs de oevers van de Donau van een klein uur. Op het moment dat ik deze woorden opschrijf, 16 september 2013 in de namiddag, komt de regen af en toe met bakken uit de hemel en hoor ik zowaar gerommel vanuit de instabiele atmosfeer. Maar daar langs de Donau was de lucht helderblauw.

donau

Het zal rond het middaguur zijn geweest dat ik in Dobogókö aankwam. De sfeer was totaal anders dan beide voorgaande keren dat ik daar was. Het dorpje leek nu uitgestorven. En de zon, die eerder zo uitbundig had geschenen en had gezorgd voor tropische temperaturen, ging nu deels schuil achter grijze wolken, waardoor zich een surrealistisch schimmenspel, zoals dat voorafgaat aan een zonsverduistering, ontvouwde. Er leek zich een spanning op te bouwen in de atmosfeer.

 

Op zoek

Ik ging op zoek naar de Steen. De hart-chakra. Ik liep hetzelfde pad waar ik twee keer eerder had gelopen. In het bos waar het stadje aan grensde. Ik volgde een uitgestippelde route. Uitgezet met paaltjes, die van boven geel waren geverfd. Eerder hadden wij die paaltjes ook wel gezien, maar de route leek een kort cirkeltje en niet te leiden tot een verder doel. Ditmaal – in mijn eentje – leek ik wat meer geconcentreerd en zag enkele honderden meters verder een geel puntje, dat ik niet eerder had gezien. Ik liep door een veld met gras tot aan mijn knieёn. Het veld liep nogal steil naar beneden. Het bleek – zo heb ik mij later laten vertellen – ’s winters als ski-piste te fungeren.

 

Eenmaal beneden aangekomen draaide ik links een bospad op. Gele paaltjes zag ik niet meer, maar ik herinnerde mij een kaartje, waarop een lijntje stond die leek te corresponderen met het pad waar ik nu op liep. Dus ik liep verder. Meestal krioelt het in een bos het van het leven. Vogels tjilpen alsof hun leven er van afhangt. Wespen zoemen een sonore mantra. Eekhoorns, hazen of vossen schieten links, rechts, kriskras het struikgewas in.

 

Niet in dit bos. Althans, niet op dat moment, Het was er doodstil. Er ging iets onheilspellends van uit. Ik begon mij te realiseren dat er in dit bos ook beren huisden. “Niemand weet dat ik hier in mijn eentje in dit bos loop. Wat als er iets gebeurt? Als ik verdwaal? Of als ik een beer tegen het lijf loop? Niemand zal het weten.” Ik had natuurlijk in het dorp moeten aangeven dat ik deze wandeling zou maken. Dan zou men mij, als ik niet bijtijds terug zou zijn, gaan zoeken.

 

Ik was al zo’n twee uur aan het wandelen. Ik voelde dat ik in de buurt van de steen kwam. Het pad leek naar een heuvel te leiden. Volgens mij zou de hart-chakra van de aarde zich boven op die heuvel moeten bevinden. Mijn eigen hart bonsde in ieder geval in mijn keel. Niet van vermoeidheid maar van anticipatie. Of misschien was de frequentie op deze plek zo hoog dat deze mij fysiek affecteerde.

 

Gevonden

Het pad liep over in een soort trap en ik naderde de top van de heuvel. Zou dit de plek zijn? En toen, na twee uren van solitaire stilte hoorde ik ineens stemmen. Mensenstemmen. Ik klauterde de laatste “treden” op en betrad het plateau. En ik zag…….een gezin. Man, vrouw en twee jongens, van ik de leeftijd schatte op zo’n tien en twaalf jaar. En daar, ergens achter dit platform, daar zag ik de hart-chakra van de aarde. Eindelijk. Het was mij gelukt! Ik was er!! Het doel van mijn queeste leek bereikt.

 

Ik maakte kennis met het gezin, maar had er een onbestemd gevoel bij. Op de een of andere manier leek het gezin mij onaards. Ik kan het niet goed uitleggen, maar ik had er een heel vreemd gevoel bij. Zou het kunnen dat deze wezens daar waren neergezet om mijn spirituele ervaring te dwarsbomen?

 

De man, die zich voorstelde als “Jack” verhinderde dat zijn zoontjes zichzelf zouden voorstellen, maar stelde hen aan mij voor. Ook met Engelse namen. Merkwaardig. Hij bleek een Hongaar te zijn die bijzonder veel bleek te weten over de mystieke geschiedenis van de steen. Hij vertelde honderduit, maar ontweek iedere vraag die ik hem stelde. Waarom? Maar goed, hij was er nu eenmaal en ik besloot van de nood een deugd te maken en vroeg hem om foto’s te nemen van mij bij de steen.

dobogoko

De Steen. De hart-chakra van de aarde. Zoals u op de foto kunt zien heeft de steen ook de vorm van een hart. Hoe is de steen precies op die plaats terecht gekomen? Hoe is die steen bovenop een heuvel gekomen? Is de steen daar neergelegd? Waarom is de steen, die op de rand van het plateau staat niet naar beneden gekukeld? Ik bevoelde de steen. Ik bestudeerde de steen. Ik kon de sporen van de ceremonie van Tata nog zien. Er lagen verwelkte rozen en er was gestold kaarsvet. Ik probeerde contact te maken met de steen. En ik begon mij gereed te maken voor een meditatie.

 

Ik had er moeite mee om mijn hoofd leeg te maken. Om mij te concentreren. De kinderen maakten ook zo’n herrie. Ik liet mij steeds weer af leiden. De pulserende ervaring waar Joseph in het eerste deel over had verteld had ik in het totaal niet. Ik baalde er van en besloot om in stilte te blijven tot het gezin vertrokken zou zijn. Een picknick duurt toch niet de hele middag?

grey skies

Verbinding?

De atmosfeer werd drukkend . Het weer leek te veranderen. De wolken, die ik in Dobogókö voor het eerst had gezien smolten samen en werden grijzer. Grijzer nog. Loodgrijs. Er leek een noodweer op komst. En eindelijk, eindelijk, het gezin maakte aanstalten om te vertrekken. Zou dan toch nog mijn zo vurig gewenste ervaring mogen meemaken? Zou ik dan alsnog de verbinding met het wezen van de aarde tot stand kunnen brengen? Zou ik iets mee mogen maken waar ik mijn hele leven aan terug zal denken? Zou het?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *