Participatiesamenleving en de 24-uurs economie

Tijdens de troonrede in 2013 werd voor de zoveelste keer het slaapverwekkende en het sinds 1980 helemaal grijs gedraaide liedje over de participatiesamenleving afgespeeld. Ook nu weer heeft het promoten van de participatiesamenleving als doel om de werkgelegenheid te bevorderen, het beroep op de sociale zekerheid te verminderen en het tekort in de begroting van de overheid op te lossen.

goldn charriotOp het eerste gezicht is dit een prima idee. Echter in praktijk zien we het volgende. Namelijk dat in 1970 bijna alleen de man betaald werk buitenshuis had en er bijna geen werkloosheid was en een laag beroep op de sociale zekerheid werd gedaan; Dat in de periode van 1970 t/m heden het aantal vrouwen die ook betaald werk buitenshuis verrichten fors is toegenomen en dat het totaal aantal arbeidsuren in deze periode maar een klein beetje is toegenomen; Dat in de periode van 1970 tot begin jaren tachtig het aantal mensen met een uitkering sterk is toegenomen; Dat in de periode van 1980 t/m 2013 excl. studenten structureel ongeveer twee miljoen mensen jonger dan 65 jaar betaald met een uitkering thuis zitten. Dit ondanks het feit dat de overheid al meer dan 30 jaar een beleid voert wat er op gericht is om de werkgelegenheid / participatie te bevorderen.

In 1970 werkte de man ongeveer 2030 per jaar. Als we vinden dat de man en de vrouw allebei betaald werk buitenshuis moeten verrichten en we zien dat ondank alle maatregelen die de afgelopen 30 jaar zijn gevoerd de werkgelegenheid in totaal aantal arbeidsuren bijna niet is toegenomen. Kunnen we als we de participatiesamenleving echt zo belangrijk vinden, ons afvragen of het niet beter is om het beschikbare werk dan maar eerlijker te verdelen. En het aantal arbeidsuren per werkende nog een flinke stap verder verlagen.

doe je meeEen gemiddelde werkende werkt nu ongeveer 1400 uur per jaar. Door dit te verlagen naar bijvoorbeeld 1200 per jaar kunnen we ruim een miljoen mensen die nu betaald thuis ‘niets’ zitten te doen aan het werk helpen. Door de combinatie van besparing op kosten voor uitkeringen en verlengen van de bedrijfstijd hoeft de gemiddelde werkende hiervoor bijna niets aan koopkracht in te leveren. Door verlenging van de bedrijfstijd van bijvoorbeeld 5×8 naar 4×8 uur per week kan flink op de werkplekkosten per medewerker worden bespaard.

Met de hiervoor genoemde arbeidstijdverkorting geven we een nieuwe invulling aan de 24-uurs economie, namelijk het invoeren van een driedaagse werkweek als norm.  Het er niet om gaat dat we zoveel mogelijk (overbodig) werk moeten creëren. Maar het zinvol werk wat er is eerlijker moeten verdelen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *