Weerstand participatiewet groeit (ook onder ambtenaren)

Maandag 13 april zou GroenLinks-raadslid Joris Bengevoord vragen gaan stellen over de uitvoering van de Participatiewet, en dan met name over het straffen van bijstandsgerechtigden met het stopzetten van hun uitkering. Het ging hier om de vraag hoe vaak deze sanctie door het Centrum Werk en Inkomen (sociale dienst) is toegepast. Echter, tijdens het vragenuurtje van de raadsvergadering bleek dat wethouder Erik de Ridder (CDA, Sociale Zaken) de vragen al schriftelijk had beantwoord en dat de toehoorders in de zaal dit antwoord niet te horen kregen.

De tweede vraag, om een informatiebijeenkomst waarin het ‘verhaal achter de cijfers’ zal worden verteld, werd door Erik de Ridder toegezegd. Bij deze bijeenkomst wil Joris Bengevoord dat mensen hun verhaal kunnen komen vertellen. Erik de Ridder gaf aan hiervoor contact te willen opnemen met de Klantenraad Werk en Bijstand, vergetende dat deze klantenraad sinds 1 januari dit jaar is opgeheven, om plaats te maken voor de Sociale Raad.

Sinds 1 januari 2015 zijn de Participatiewet en de nieuwe Zorg- en Jeugdwet ingevoerd, die sindsdien de verantwoordelijkheid zijn van de gemeente. Over de invoering en de uitvoering van deze taken is weliswaar veel nagedacht, door beleidsmakers, hulpverleners, politici, zorgorganisaties en er zijn heel veel discussies gevoerd. Dit heeft echter niet kunnen voorkomen dat de onvrede in de stad over deze nieuwe wetten groeit en dat steeds meer mensen een weerzin ontwikkelen tegen deze maatregelen. En niet alleen onder mensen die het treft. De dagelijkse discussies op sociale media en websites lijken slechts een topje van de spreekwoordelijke ijsberg.

Raadsleden Marti de Brouwer en Claudia Dankers, beide van het CDA, zijn zelf op onderzoek uit gegaan en met mensen gaan praten. Beide zien er wat aangeslagen uit, nadat ze net een paar uur naar de verhalen hebben geluisterd van een aantal mensen die het in ambtelijke taal het etiket ‘multi-problematiek’ opgeplakt hebben gekregen. Mensen die niet alleen financiele problemen hebben, maar ook problemen met gezondheid, met puberende kinderen die geen toekomst voor zichzelf zien, mensen met weinig opleiding, met simpelweg heel veel pech in hun leven. Marti vat de ochtend samen: “Er is hier vanmorgen meer gesnotterd dan bij een begrafenis.”

Claudia vertelt dat ze een dag eerder op bezoek is geweest bij een frontlijnteam, ook wel wijkteam genoemd. Een frontlijnteam is een groep professionele hulpverleners die problemen bij mensen moeten opsporen, herkennen en ervoor moeten zorgen dat mensen de hulp kunnen krijgen die ze nodig hebben.

Claudia: “Als je met deze mensen praat, krijg je de indruk dat het allemaal prima gaat en dat mensen goed worden geholpen. Maar nu ik vanmorgen deze mensen heb gehoord, besef ik me dat dit helemaal niet waar is. Deze mensen hebben geen idee of ze hulp kunnen krijgen, laat staan waar en hoe, deze mensen weten dat zelfs niet een klein beetje. Wij denken hier als raad dat als we ervoor zorgen dat er genoeg frontlijnwerkers zijn, dat het dan wel goed komt. Maar dat is niet de werkelijkheid. Mensen schamen zich verschrikkelijk en gaan niet om hulp vragen, als ze al zouden weten hoe. We kunnen als raad wel verzinnen dat een huisarts problemen moet signaleren en doorgeven, maar dat gebeurt dus gewoon niet.”

Uit de gesprekken van deze ochtend bleek ook, dat mensen die wel te maken hebben gehad met hulpverlening, daar absoluut geen vertrouwen in hebben. Mensen voelen zich onbegrepen en zijn er van overtuigd dat het toch niet zal helpen. Deze overtuiging is bij mensen gegroeid uit ervaringen met hulpverlening en instanties uit het verleden, waarbij zij hebben ondervonden dat zij in de steek werden gelaten.

De weerzin groeit niet alleen onder mensen die het treft, maar ook onder ambtenaren die de regels moeten uitvoeren. Deze uitvoerders van de gemeente worden geacht om de regels uit te voeren die door beleidsmakers en politici zijn bedacht en goedgekeurd en daar geen mening over te hebben, laat staan deze mening te delen met mensen buiten de organisatie. Niet voor niets hebben zij deambtseed of ambtsbelofte afgelegd, waarin zij onder andere toezeggen dat zij geen kennis mogen delen waarvan zij kunnen vermoeden dat deze vertrouwelijk is.

Een groeiend aantal ambtenaren van de gemeente heeft om morele redenen steeds meer moeite met de uitvoering van onder meer de Participatiewet. Bij de invoering op 1 januari is namelijk nauwelijks uitleg gegeven over hoe streng of hoe mild de regels moeten worden toegepast. Dit heeft als gevolg dat de ene ambtenaar het beleid heel strikt volgens de letter uitvoert, terwijl de ander er losjes mee omgaat. Deze verschillen werken vervolgens willekeur in de hand en op diverse gemeentelijke afdelingen worden hierover soms pittige discussies gevoerd. Het draagvlak voor de uitvoering van de Participatiewet is onder ambtenaren dan ook steeds meer aan het afnemen. Ondertussen winnen gewetenswroeging en schaamte steeds meer terrein en groeit ook het aantal ziektemeldingen vanwege stress.

nu is het genoeg

De roep om drastische veranderingen zwelt aan en zou beter serieus genomen moeten worden, anders is de kans aanwezig dat op zeker moment de figuurlijke bom barst en zaken gierend uit de hand gaan lopen.

Artikel overgenomen van Paula Anguita http://www.tilburgers.nl

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *